Delen via sociale media

De Alfa Romeo Giulia volgens Abe Zwier

Gepost 12/06/2013

Door: Erik van Putten

In een vorig leven werkte ik in de- toen nog- lucratieve wereld die financiële dienstverlening heet. Ik leerde in die tijd veel mensen kennen. Dat kwam onder meer door de persoonlijke interesse, en vakmatige nieuwsgierigheid, want ik wilde altijd weten hoe de ander het aanpakte.

Alfa Romeo 156 op Gerard-manier
De oplettende lezer zal het nu verbazen dat er in de inleiding nog met geen woord is gerept over mijn autoliefde. Ik kan u vertellen: ook dat was vaak een mooi aanknopingspunt voor een gesprek. Het was de insteek, waardoor ik collega Gerard wat beter leerde kennen. Gerard was gek op Italiaanse auto’s. En niet alleen daarop: Gerard kleedde zich altijd onberispelijk en bijzonder smaakvol. Ik had een aparte relatie met hem, want soms leidde een verschil van inzicht op vakgebied tot forse clashes. Maar we respecteerden elkaar wel. Zeker als de auto hoofdonderwerp van gesprek was. Gerard reed Alfa Romeo 156. Dat deed hij op de Gerard-manier. Zijn 156’s waren net zo onberispelijk was als zijn kleding. Juiste kleur, juiste motor, juiste interieur en juiste velgen. En geen kras te bekennen.


Mattenset van een tientje

Op een gegeven moment scheidden onze zakelijke wegen zich tijdelijk. In 2007 kwamen we elkaar- bij een andere werkgever- weer tegen. En Gerard reed – na een uitstapje richting Renault en Lancia- weer Alfa Romeo. Ondertussen had teamleider Abe Zwier lucht gekregen van onze gezamenlijke autopassie. Abe was een beminnelijk mens, maar met auto’s had hij weinig. Hoewel hij een prima Ford Mondeo Wagon van de vorige generatie deed een eventuele upgrade van het uiterlijk hem weinig. Het interesseerde hem niet. Toen hij op een gegeven moment triomfantelijk vertelde dat hij voor de verjaardag van zijn vrouw een matten set van een tientje voor de Ford had gekocht, kwam de voltallige afdeling niet meer bij van het lachen.

Onberispelijke Giulia TI
Tijdens een pauze hadden we het daarover. We stonden lekker buiten, toen ineens de autoliefde van Gerard en ondergetekende rijkelijk werd beloond. Er kwam een werkelijk onberispelijke Alfa Romeo Giulia het parkeerterrein op rijden. We zeiden gelijk tegen elkaar: “dat is een TI uit 69.” We verlieten de rest van onze collega’s in vliegende vaart om de fantastische Giulia te bewonderen. We maakten een praatje met de eigenaar en kwamen als twee kleine kinderen zo blij weer uit dat gesprek vandaan.

Sprakeloos, geschokt en verbijsterd
Ondertussen was Abe ook even naar buiten gekomen, en die nam kennis van ons enthousiasme en het gesprek over de details, die een Giulia zo mooi maken. De mooie doorlopende achterruit, het fraaie stuurwiel, het lange achtersteven met het gootje, de sportieve frontlijn en de hoge carosserieopbouw. "En dat alles"- zo zeiden we met kinderlijk enthousiasme- "is zo mooi samengesmolten dat het karakter en de verfijning er nu nog van af spat." De twee kinderen in Gerard en mij werden echter weer razendsnel volwassen. We kregen de matten set-hoon onverwacht, maar keihard terug. Ineens verraste Abe ons namelijk met de historische woorden: “Ik snap niet dat jullie dat soort (…) auto’s mooi vinden. Het is verdomme toch net een Wartburg? Dat is net zo’n vierkant hok.  En dan nog iets: die reed tenminste wel”. Gerard en ik waren sprakeloos, geschokt en vooral verbijsterd.

Want Abe meende het echt.

 

Foto's bij de column: www.alfaromeopress.nl en www.motorstown.com


Afbeeldingen bij deze column

UA-39509209-1